De paarse sok van Er punt Block |
‘Volgens mij ben je iets vergeten, meneer de schrijver.’
Zonder dat ik het in de gaten heb staat ineens een gesoigneerde heer naast me. Zijn haren heeft hij strak achterover gekamd en ze glanzen van de glycerine.

Mijn eerste indruk: een kruising tussen een vastgoedmagnaat en jazzmuzikant uit de stal van J.A. Deelder. Hij werpt me een betekenisvolle blik toe, suggererend dat ik begrijp waar hij over spreekt. Ik trek mijn wenkbrauwen op en ga verder met mijn noodzakelijke bezigheden: het leegdrinken van een glas bier en het luisteren naar dampende gitaarmuziek. De ervaring leert dat dit moet volstaan om een toelichting op zijn woorden te krijgen.
‘Ik heb je stukken aandachtig gelezen.’
Het klinkt samenzweerderig. Stukken? Werkt hij bij de belastingdienst en heeft hij mijn verzoekschrift ontvangen? Had ik nog een paar extra bewijsstukken mee moeten sturen? Toch neem ik aan dat deze belastinginspecteur niet uit hoofde van zijn functie hier is, hoewel hij een stemmig kostuum draagt, van het soort dat je op deze plekken zelden ziet.
‘We hebben begrepen dat je een roman over DeWolff gaat schrijven.’
Ah, hij bedoelt dus wat anders. De hoop dat hij mijn verzoekschrift vlotjes zou gaan afhandelen blijkt ongegrond. Het was ook te mooi om waar te zijn. Maar goed, hij léést tenminste wat ik hier en daar schrijf. Sterker: het neemt het ernstig.
‘Leuk hoor, dat boek van DeWolff. “Überclassic” heette het toch? We hebben er met belangstelling kennis van genomen. Net als je verhalen over Arabella op Bospop. Wij zijn gek op paardenbiefstuk, dus prima. Maar je moet de dingen wel in de juiste volgorde doen.’
Fascinerend. Waar heeft hij het eigenlijk over?
‘Triggerfinger gaat natuurlijk vóór.’
Weer die blik. Het wordt met de minuut interessanter. Nu weet ik dat Triggers hard aan de weg timmeren. Ze schromen zelfs niet om koffie- en theekopjes als instrument te gebruiken, maar dat ze een maffiose handlanger op me af sturen om in een roman terecht te komen had ik niet achter ze gezocht. Gods wegen zijn duister en zelden aangenaam, wist Bob den Uyl al.
Hij buigt naar me toe en spreekt rechtstreeks in mijn oor, zodat zijn boodschap niet verloren gaat in de decibellen die om ons heen waaien.
‘Je hebt vorig jaar charmante stukjes over Triggerfinger geschreven. Huisband van het Vagevuur. Respect! De champagneflessen op Bospop waren niet aan te slepen.’
Na zo’n compliment volgt meestal de mededeling waar het werkelijk om draait. Ik zet me schrap.
‘Nu lazen wij vorig jaar ook,’ hij spreekt hardnekkig in meervoud, ‘dat je nog een stukje over onze heer Er punt Block zou schrijven.’
Er begint wat te dagen. Na afloop van hun concert op Bospop sprak ik met de Triggers en heb terloops wat foto’s gemaakt, terwijl ze zich tegoed deden aan de champagne. Eén van die foto’s belandde op het web. Het was het beeld van Ruben Block backstage op een driezitsbank. Hij had een gestileerd blauw pak aan en daaronder zag je onmiskenbaar paarse sokken, zelfs wanneer je je best deed om de andere kant op te kijken. Wanneer hij op het podium stond merkte je niets van die sokken. Nu hing hij achterover in een bankstel en de paarse sokken, die stiekem onder zijn pantalon koekeloerden, verstoorden de harmonie van zijn kostuum. Met alle respect (want ook in films over de maffia zeggen ze dat steevast: ‘met alle respect’ – terwijl ze heel iets anders bedoelen), het deed gewoon pijn aan je ogen. Ik begrijp meteen waarom Monsieur Paul zo vaak een zonnebril draagt.
‘Wij hebben vernomen dat er nog een verhaal zou komen met als werktitel “Paarse sokken”. Wij vragen ons bezorgd af, wanneer dit stuk gepubliceerd gaat worden.’
Op het juiste moment pauzeert hij. Met zijn timing en kapsel steekt hij The Godfather naar de kroon.
Ik verwacht de waarschuwing dat ik die anekdote beter niet aan het papier kan toevertrouwen, tenzij ik uit het kanaal Wessem-Nederweert of de Zuid-Willemsvaart gedregd wil worden.
‘Zodra je verhaal over die paarse sokken tot tevredenheid wordt ontvangen…,’
Ik hoor het goed. Tot tevredenheid! Het gesprek krijgt daardoor een andere wending. Hij maakt zijn zin weer niet af en ik neem, om een koelbloedige houding aan te meten, een ferme, laatste slok van mijn bier. Ik hef mijn lege glas naar hem toe en knik even omhoog, waarmee ik hem woordeloos vraag of hij een biertje wil meedrinken. Glimlachend schudt hij zijn hoofd. Zijn manier om mijn aanbod beleefd af slaan. Hij is hier om zaken te doen, niet om bier te drinken.
‘Denk er maar eens over na. Iemand zal straks dat vuistdikke boek over Triggerfingers zegetocht moeten schrijven. Maar dan de naakte waarheid! De rauwe werkelijkheid, met gevoel voor het karakter van Triggerfinger. Over het Vagevuur wordt wel vaker geschreven, maar iemand die nauwgezet zijn licht durft te laten schijnen over sokken die hartgrondig vloeken met de kleur van een maatkostuum…’
Waarom maakt die man zijn zinnen nooit af?
Net voordat ik wil uitleggen dat ik het in overweging zal nemen, drukt hij mijn hand en zegt indringend: ‘We rekenen op je.’
En dan verdwijnt hij nog sneller dan hij gekomen is.
Paul Sterk
www.paulsterk.nl
Zowel gedurende de voorbereidingen maar ook tijdens het Bospop festival zelf schrijft Paul Sterk columns voor de Bospop site. Paul is tevens de schrijver van de rock ‘n’ roll roadnovel: Via sterren en zeemeerminnen. In september 2011 verschijnt Apostel van Tricht, zijn nieuwe roman.
Lees alle Bospop columns van Paul Sterk.