|
|
|
|
Nieuwsbrief |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Column Paul Sterk
|
|
|
Hart Rock Café
Zit de voorliefde voor bepaalde muziek soms in de genen? Of is het alleen al voldoende wanneer je een muzikaal genre met de paplepel krijgt ingegoten? Mijn eigen kinderen zijn wat dat betreft interessant studiemateriaal. Zonder onze zonen tekort te willen doen, hier een voorbeeld met hun oudere zus.
Lees meer >> |
|
|
|
|
|
|
COLUMN: Het geluid van het noorderlicht |

De meeste namen zijn nu bekend, maar onder het motto “Who’s Next” wil ik toch een voorstel doen voor de definitieve line-up van Bospop 2009 en anders meteen voor 2010, want ik bemoei me bij uitstek graag met dingen waar anderen meer verstand van hebben. De hele wereld weet inmiddels dat ze absoluut niet met geld overweg kunnen, maar voor de rest zijn de IJslanders het beste volk waar je als muziekliefhebber bij kunt vertoeven. Bijna twee decennia kom ik er met enige regelmaat en dat is logisch: het uitgaansleven van Reykjavik kan moeiteloos concurreren met bruisende metropolen en elk gehucht in IJsland levert minimaal één interessante popgroep op. En mijn schrijvershart klopt sneller omdat nergens ter wereld per hoofd van de bevolking zoveel boeken worden gelezen als in IJsland.
Mijn voorliefde voor IJsland zie je op de Nederlandse festivals helaas te weinig terug en ook bij de vaderlandse muzikanten is het typerende IJslandgevoel nauwelijks doorgedrongen, alsof Björk en Sigur Rós van een andere planeet komen. Wanneer ik in Nederland om me heen kijk zie ik het duo The Giants of Húsavík, dat dezelfde voorliefde voor IJsland eigenhandig in praktijk brengt. Twee eenzame reuzen in het laagland. De Giants zijn vernoemd naar de walvissen die opduiken in het hoogste noorden van IJsland nabij Húsavík, een plaatsje met tweeduizend inwoners. Ik heb een zwak voor Húsavík. Ik ben er ooit een week lang geweest. Op het einde van de winter, buiten het toeristenseizoen, wanneer de geweldige watervallen nog half bevroren zijn. Metershoge ijspegels. Het plaatsje speelt verder een kleine bijrol in mijn rock ‘n’ roll roadstory, want de hoofdpersoon uit mijn boek zwemt in het verwarmde buitenbad van Húsavík, terwijl de sneeuwvlokken op hem neerdwarrelen. Bij mij gingen dus de alarmbellen rinkelen zodra ik hoorde dat er een muziekgroep bestaat die The Giants of Húsavík heet.
Achter dit gezelschap gaan twee rasmuzikanten schuil: de zanger van rockband GEM, Maurits Westerik, en breakcore dj Bong-Ra. John Peel, bij leven misschien wel de invloedrijkste dj ter wereld, wist het talent van Bong-Ra al te waarderen en GEM maakt natuurlijk het type meezingers waarbij je in de auto haast vanzelf het gaspedaal harder intrapt. Des te verrassender zijn The Giants of Húsavík, want dat is geheel andere koek. Ze hebben hun album in de stilte van IJsland opgenomen en dat was een meesterzet. Bij hun muziek danst het noorderlicht op de achtergrond. Je waant je op een IJslands lavaveld in de mist. Wie de Giants of Húsavík hoort gelooft meteen dat er achter elke waterval een schatkist met goud ligt begraven. Hun melancholieke klanken passen moeiteloos in de Peel op een winterochtend of op een zomernacht in Boshoven.
Tot zover deze IJslandse nederzetting in Nederland. Want noorderlicht of niet, IJsland zelf sprankelt tot in het diepst van de binnenlanden, waar in de kleinste dorpjes de achterneefjes van de al genoemde Björk en Sigur Rós aan de weg timmeren (iedereen is familie van elkaar in IJsland, dat krijg je op zo’n eiland).
Bezoek eens het dorpje Eyrarbakki, een vissersplaats 70 kilometer ten zuidoosten van Reykjavik. Altweerterheide alleen al telt twee keer zoveel inwoners, dan heb je een beetje een beeld. Op een zondag belandde ik in Eyrarbakki en kwam terecht in een oud pakhuis, tevens tentoonstellingsruimte en gemeenschapshuis. Met geld kunnen ze dan niet omgaan, hun gebouwen zijn praktisch en multifunctioneel. Ik had geluk, want juist die dag werd een groots buffet geopend, met een keur aan zoete en hartige taarten. Aan de wanden van het gemeenschapshuis hingen ingelijste foto’s van een locale popband, NilFisk. Ook ik had er nog nooit van gehoord - ja, NilFisk, de onverwoestbare stofzuiger uit Denemarken. (Tussen haakjes, laatst vertelde een lieve dame mij dat Húsavik haar aan Husqvarna deed denken, de nijvere naaimachine. Sommige associaties duiken blijkbaar niet vanzelf op. De lieve dames ook niet, trouwens.)
NilFisk: zo moest hun muziek klinken, resonerend en rauw, niet kapot te krijgen. Ik bekeek wat foto’s van die band tot ik aan de grond genageld bleef staan. Daar zag ik Dave Grohl, onze Foo Fighter. De foto was voorzien van zijn handtekening. Hier moest ik het mijne van weten. Ik liep naar de toog waar een jonge stonerrocker vriendelijk de bestelling op nam. Stoney vertelde dat de Foo Fighters in de buurt waren om een concert te geven. Eyrarbakki of all places? Sommige dingen verzin je niet. De foto’s hingen er als bewijsmateriaal. Ik fotografeerde ze weer op mijn beurt, met die grootse taarten op de voorgrond, want anders zou niemand mij thuis geloven (van die taarten).
Er kwamen wel vaker topartiesten hier naar toe, sprak Stoney met dezelfde vanzelfsprekendheid waarmee IJslanders in die dagen handelskredieten afsloten. Hier worden ze met rust gelaten, kunnen ze gewoon over straat lopen zonder journalisten of handtekeningenjagers in hun nek. Nadat hij het beste visrestaurant uit de omgeving had bezocht, liep Grohl wat te lanterfanten en hoorde in een garage een gitaarband spelen. Het ging om de jonge honden van NilFisk. Ze waren pas kort bij elkaar en hadden nog geen CD uitgebracht. Grohl pakte een gitaar en speelde spontaan mee. Na afloop sprak hij droogjes: morgen zijn jullie ons voorprogramma, gewoon komen. De jongens van NilFisk lachten en geloofden er niets van, maar voor de zekerheid gingen ze toch. De rest is geschiedenis. NilFisk deed de aftrap voor de Foo Fighters en de CD volgde. Onlangs spatte NilFisk uit elkaar (de stofzuiger kent een langere levensduur - de naaimachine overigens ook). Hoewel NilFisk voor Bospop dus afvalt zijn er genoeg andere gehuchten waar we kunnen oogsten. Who’s next: Húsavík, Westervík, te veel om op te noemen.
Want wat ik wil zeggen: muziek verbroedert.
Dus Bospop: help die sympathieke IJslanders door de financiële crisis. Steun elkaar en luister naar IJslandse waar. Gewoon elk editie minimaal één IJslandse band op het Bospoppodium. Ze zijn van huis uit in staat om ons te leren hoe je het noorderlicht van de hemel speelt. De Giants of Húsavík weten daar nu gelukkig alles van. Dat is toch waar het om gaat, nietwaar? En ontkurk daarna maar wat flessen brennevin, dan komt het allemaal goed.
Paul Sterk
Zowel gedurende de voorbereidingen maar ook tijdens het Bospop festival zelf schrijft Paul Sterk columns voor de Bospop site. Paul is tevens de schrijven van de rock ‘n’ roll roadnovel: Via sterren en zeemeerminnen. Lees alle Bospop columns van Paul Sterk.
|
|
|
|