Zit de voorliefde voor bepaalde muziek soms in de genen? Of is het alleen al voldoende wanneer je een muzikaal genre met de paplepel krijgt ingegoten? Mijn eigen kinderen zijn wat dat betreft interessant studiemateriaal. Zonder onze zonen tekort te willen doen, hier een voorbeeld met hun oudere zus.
Dochter M. bekeerde zich al een paar jaar geleden op jonge leeftijd tot Beth Hart, nog voordat ze haar in 2006 live op Bospop had gezien. Mijn zegen kreeg ze meteen, want wie de sprong via K3 en Ali B. naar Beth Hart moeiteloos kan nemen, die heeft Het Licht gezien.
“Leave The Light On”, Beth Hart zelf zong het ons toe. Want ook Beth had op haar manier Het Licht gezien. Zoiets schept een band, moet M. gedacht hebben. Dat verhaal van mevrouw Hart klonk hoopvol en moedig. Zelfs voor wie diep in de put zat (en wie zit dat nooit) gloorde daarboven Het Licht. Beth was het levende bewijs dat je alle ellende achter je kon laten. “Get Your Shit Together!”, dat zong ze ons ook nu op Bospop nog toe. Zo, die zit!
Maar een treurig levensverhaal alleen is nog geen aanleiding om langdurig naar een artiest te luisteren. De muziek moet natuurlijk aan bepaalde eisen voldoen. En die van Beth Hart klinkt als een klok, dus aan die voorwaarde wordt moeiteloos tegemoet gekomen. Bij ons thuis is de Paradiso DVD van Beth regelmatig bekeken en misschien ligt daar wel de sleutel tot Het Licht. Want Beth is zichzelf op het podium, persoonlijk en direct, alsof je samen met haar aan haar stamtafel zit in haar eigen Hart Rock Café. Ze speelt geen rol. Geen clichématige rock ‘n’ roll poses, zelfs niet wanneer ze “Whole Lotta Love” van Led Zeppelin als toegift bijtend over ons uitstort.
Beth is echt. M. begrijpt dit als geen ander, want zij is uit hetzelfde hout gesneden en weet dat een doorsnee Hard Rock Café nog geen echt Hart Rock Café is. M. kent trouwens maar één Hard Rock Café, dat van Reykjavik. In ons geval is dat meer dan logisch. Het lag in een buitenwijk in een groots overdekt winkelcentrum. Voor de romantici onder ons niet de ideale plek voor een Hard Rock Café. Dat moeten meer mensen in IJsland hebben gedacht, want het is al een paar jaar voor de kredietcrisis gesloten. Maar ik wijk af.
Wanneer je dus in het enige echte Hart Rock Café komt, zie je ook de tatoeages van Beth. Daarover was M. helemaal enthousiast. Vooral dat fantastische spinnenweb op haar elleboog trok M’s aandacht, want M. ontwerpt zelf veel fraaie plaatjes en hoopt over een paar jaar bij Henk Schiffmacher in de leer te mogen. En zoals we dit weekend op Bospop al hebben gezien, heeft de uil uit het Bospop-logo het al tot een tatoeage geschopt bij twee dames uit het Noorden. Wat dat betreft is de creativiteit in tatoeage-land grenzeloos. Wie dat logo-verhaal trouwens gemist heeft moet m’n column “Tattoo Oehoe” er nog maar eens op nalezen.
Enfin, al in 2006 stond M. lekker vooraan bij Beth Hart. Om mee te zingen en, ja, ook om naar al haar tattoos te kijken. Ze kwam terug met de geruststellende mededeling: ze zijn echt. En dat is inderdaad het mooie aan Beth. Alles bij haar is echt.
Ze zijn allebei weer op Bospop 2009, Beth Hart en M. Ieder op zijn vertrouwde plek. De een op het hoofdpodium, de ander vlak vooraan. Sommige dingen veranderen gelukkig niet. M. is wederom mijn ooggetuige aan het front. Het optreden was natuurlijk gewoon goed, maar over dat soort vanzelfsprekendheden hoeven we het op deze plaats niet te hebben. Wie de weg weet te vinden naar Hart Rock Café weet waarom.
M. kwam terug met de glimlach die alleen aan humorterroristen is voorbehouden. Dit jaar heeft Beth toch een kleine nieuwe tattoo, aldus M. Ergens onder het zwarte topje van mevrouw Hart zweefde een schattig bosuiltje.
Paul Sterk
Een roze toegift

Mijn dag kon al niet stuk met dat tweetal en hun Bospop-tattoos. Daarna kwam ik nog een ander bijzonder duo op het veld tegen. Ik ben toch al dol op het getal 2, ik heb mijn voorliefde voor het getal 2 al in een roman verwoord. Dus twee duo’s op één dag, het geluk lachte me toe.
Dit keer waren het twee suikerzoete prinsesjes. Kroontjes op het hoofd, glimmend stafje met een hartje er op in de hand. Monica en Manusela. Alleen de tent op Bospop straalde meer roze uit dan die twee. Meisjes van dertien, dacht ik weemoedig. Ik betwijfel of zij dat lied uit 1970 van Paul van Vliet kennen. Maar goed, in hun ogen ben ik vast een sentimentele oude man. Mijn kinderen die wat harder zijn zouden gewoon zeggen: oud. Ze bedoelen dan: te oud. Ach ja. Wat doet het ertoe? Ik zag nu twee jonge meisjes die het aandurfden om tussen het Bospoppubliek te verschijnen alsof ze net waren weggelopen uit een suikerzoete film van Disney over Bling Bling sprookjesprinsessen. Zelfs hun haren hadden ze wat roze geverfd. Van zoveel blijheid dreven uiteindelijk alle regenbuien over Boshoven heen. Later op op de avond zag ik hun glimmende toverhartje hoog boven de hoofden meezwieren bij de ballad van Foreigner: “I Wanna Know What Love Is”.
Ik zie het al voor me, wanneer Bospop 100 jaar bestaat, dan zijn Monica en Manusela 84 of 85 jaar. Ik zal het niet meemaken, maar ik hoop dat ze dan worden uitgenodigd om als eregast op Bospop te verschijnen. Desnoods met een roze rollator. Wanneer ze deze column bewaren en dan uitprinten mag dat in 2080 beschouwd worden als een VIP-entreekaartje, zo heeft een spreekbuis namens het Bospopbestuur mij stelligst verzekerd. Wel een legitimatiebewijs meenemen, dames. En in je hart altijd een beetje dertien blijven.
Paul Sterk
Zowel gedurende de voorbereidingen maar ook tijdens het Bospop festival zelf schrijft Paul Sterk columns voor de Bospop site. Paul is tevens de schrijven van de rock ‘n’ roll roadnovel: Via sterren en zeemeerminnen. Lees alle Bospop columns van Paul Sterk.